Begrippenlijst

Het nieuwe en ruimere denken kent vele nieuwe begrippen, die echter zo oud zijn als de Leringen van de Oude Wijsheid zelf. Omdat deze begrippen pas betekenis krijgen bij een veel ruimere werkelijkheid zijn ze vele termen occult geworden en andere termen wel bekend, maar krijgen in een ruimere werkelijkheid een nieuwe betekenis.

Met dank aan Benjamin Creme. Deze begrippen zijn ook te vinden in zijn boek ‘Leringen van de Oude Wijsheid’ en ingekort op de website van Share, www.sharenl.org.

Anja-centrum 
- Energiecentrum (chakra) tussen de wenkbrauwen. Richtinggevend centrum van de persoonlijkheid. De stoffelijke tegenhanger is de hypofyse.

Antahkarana – Onzichtbaar kanaal van licht dat de brug vormt tussen het stoffelijke brein en de ziel, opgebouwd door meditatie en dienstbaarheid.

Antikrist – Energie van het wilsaspect van God in zijn involutionaire fase die oude vormen en verhoudingen vernietigt, bijvoorbeeld aan het eind van een tijdperk, om de weg te banen voor de opbouwende krachten van het Christus-beginsel. Werd in Romeinse tijden geopenbaard via keizer Nero en recenter via Hitler en zes van zijn naaste medewerkers.

Ashram – Groep van een meester. De Geestelijke Hiërarchie bestaat uit zeven hoofd- en 42 kleinere ashrams (49 in totaal) met aan het hoofd van elk een Meester van Wijsheid.

Astraal gebied – Het gebied of de bewustzijnstoestand van de emoties, inclusief tegenpolen als hoop en angst, sentimentele liefde en haat, geluk en lijden. Het niveau van begoocheling.

Astraal lichaam – Het emotionele voertuig van de mens. Het voertuig van astrale materie, ook wel genoemd astraal-emotioneel lichaam.

Avatar – Geestelijk wezen dat ‘nederdaalt’ als antwoord op de roep en de behoefte van de mensheid. Er zijn menselijke, planetaire en kosmische avatars. Deze laatste worden ook wel goddelijke incarnaties genoemd. Sai Baba (Indiase goeroe, 1926-2011) is een voorbeeld van een kosmisch avatar. Maitreya is een planetaire avatar. Door juist begrip en geleidelijke toepassing van hun leringen wordt ons begrip vergroot en wordt de mensheid de volgende stap getoond in de evolutionaire ontwikkeling van de mensheid.

Begoocheling – eijIllusie op astraal gebied. De toestand waardoor het denken wordt versluierd door emotionele impulsen vanuit de astrale niveaus, zodathet denken de werkelijkheid uit het oog verliest. Voorbeelden: angst, zelfmedelijden, kritiek, achterdocht, zelfingenomenheid, zelfoverschatting.

Boeddha – De laatste avatar van het Ramtijdperk. De vorige wereldleraar die zich rond 500 v. Chr. openbaarde via de prins Gautama. Als belichaming van wijsheid treedt Hij momenteel op als ‘goddelijke middelaar’ tussen Shamballa en de Hiërarchie. Boeddhisten verwachten de volgende grote leraar onder de naam Maitreya-Boeddha.

Buddhi – Universele ziel of hoger denkvermogen, liefhebbend begrip, liefde-wijsheid. De energie van liefde zoals de meesters die ervaren.

Buddisch gebied – Het gebied van de intuïtie.

Chakra’s – Centra (draaikolken) van energie in het etherisch lichaam die in verbinding staan met de ruggengraat en de zeven belangrijkste endocriene klieren. Verantwoordelijk voor de coördinatie en bezieling van alle lichamen (mentaal, emotioneel en fysiek) en hun verhouding tot de ziel, de zetel van het bewustzijn. Er zijn 7 grote en 42 ondergeschikte chakra’s.

Christus – Wereldleraar, hoofd van de Geestelijke Hiërarchie. Naam van een ambt. De huidige bekleder van dit ambt heeft als eigen naam `Maitreya’. Hij bekleedt dit al 2600 jaar. De Boeddha was de vorige bekleder van deze functie.

Christus-bewustzijn – De energie van de kosmische Christus, ook wel Christus-beginsel genoemd. Deze energie, die voor ons belichaamd wordt door de Christus, ontwaakt momenteel in de harten van miljoenen mensen overal ter wereld. De energie van evolutie zelf.

Deva – Engel of hemels wezen uit een natuurrijk dat zich evenwijdig ontwikkelt aan het menselijke rijk, variërend van ondermenselijke elementalen tot supermenselijke wezens. Zij zijn de actieve bouwers die op intelligente wijze met de stof werken om alle vormen te creëren die wij zien, inclusief de mentale, emotionele en fysieke voertuigen van de mens. Ze zijn de ondermenselijke bouwers op de evolutionaire boog.

Energie – Vanuit esoterisch gezichtspunt bestaat er in het gehele geopenbaarde universum niets dan energie op verschillende niveaus van trilling. Het trillingsniveau (frequentie) bepaalt welke vorm de energie aanneemt. Energie kan worden gemanipuleerd en gestuurd door gedachten.

Etherische gebieden – Vier gebieden van materie die ijler zijn dan gas. Vooralsnog onzichtbaar voor de meeste mensen.

Etherisch lichaam – Het vitale lichaam van de mens waardoor de energieën van alle gebieden stromen. Het lichaam waar de chakra’s zich bevinden. Ook wel etherisch dubbel genoemd omdat het een replica is van het grofstoffelijk lichaam.

Esoterie – De door de eeuwen heen verzamelde leer over de evolutie van bewustzijn en de onderliggend natuurrijken. Biedt een systematische en samenhangende beschrijving van de energetische structuur van het heelal en van de plaats die de mens daarin inneemt. Beschrijving van de krachten en invloeden die achter de wereld van uiterlijke verschijnselen schuilgaan.

Evolutie – Het proces van vergeestelijking van de stof, de weg terug naar de bron. Het afwerpen van de sluiers van misleiding en illusie waardoor uiteindelijk kosmisch bewustzijn wordt bereikt.

Fysiek gebied – De vorm die energie aanneemt op de laagste trillingsniveaus: grofstoffelijk, vloeibaar, gasvormig en etherische stof.

Geest – In algemene esoterische termen, de monade die zichzelf weerspiegelt als de ziel. Maitreya bedoelt met ‘geest’ het totaal van de energetische aard van de mens, de levenskracht die ons bezielt en aandrijft. De vonk van God, ook wel monade genoemd. Zoals de persoonlijkheid de weerspiegeling is van de ziel op het stoffelijke gebied, zo is de ziel de weerspiegeling van de geest.

Geestelijk (spiritueel) – Elke activiteit die de mens verder brengt dan zijn huidige toestand aangeeft, op fysiek, emotioneel, mentaal, intuïtief of sociaal gebied.

Geestelijke Hiërarchie – Koninkrijk van God, het geestelijke rijk, koninkrijk der zielen, bestaande uit de Meesters en Ingewijden van alle graden, van wie het doel is het Plan van God uit te voeren. Planetair centrum van Liefde-wijsheid. Ook bekend als de Grote Witte Broederschap van Verlichte Geesten.

God – Het grote kosmische wezen dat deze planeet bezielt en dat alle wetten belichaamt, alsmede alle energieen die door die wetten worder geregeerd waaruit alles bestaat wat zichbaar en onzichtbaar is. Zie ook Logos. 

Goeroe – Geestelijk Leraar. 

Grote Aanroep – Oude formule (mantram) die voor de mensheid door de Hierarchie is vertaald om te worden gebruikt voor het aanroepen van de energieen die onze wereld zullen transformeren. Deze aanroep, die in talloze talen is vertaald, wordt dagelijks door miljoenen mensen gebruikt.

Heer der Wereld, zie Sanat Kumara

Hiërarchie, zie Geestelijke Hiërarchie

Heren van het kwaad, zie Krachten van duisternis.

Illusie – Begoocheling op het mentale gebied. Door het begoochelde denkvermogen krijgt de ziel een vertekend beeld van de wereld der verschijnselen.

Imam Mahdi – De profeet wiens terugkeer wordt verwacht door sommige islamitische secten, om het werk te voltooien dat Mohammed is begonnen.

Incarnatie – Openbaring van de ziel als de drievoudige persoonlijkheid onder de Wet van wedergeboorte.

Involutie – Het proces waardoor de geest afdaalt in zijn tegenpool, de stof.

Inwijding – Vrijwillig proces waarbij opeenvolgende en geleidelijk opklimmende stadia van afstemming en eenwording plaatsvinden tussen de mens in incarnatie, zijn ziel en de monade, de ‘vonk van God’. Elk stadium verschaft de ingewijde een dieper inzicht in de betekenis en het doel van God’s Plan, een vollediger bewustzijn van zijn rol in dat Plan en een toenemend vermogen om bewust en intelligent te werken aan de vervulling ervan. Punt van crisis op het pad van evolutie, gevolg van en leidend tot een grote verruiming van bewustzijn. Het wetenschappelijke proces van vervolmaking waardoor de mens uiteindelijk verenigd en één wordt met zijn bron.

Jezus – Meester van Wijsheid en discipel van de Christus, Maitreya. Trad op als voertuig voor de Christus vanaf de doop tot aan de kruisiging. Zal in de komende tijd een belangrijke rol spelen bij de herbezieling en heroriëntatie van het gehele christendom.

Kali Yuga – Voor de Hindoes is dit het tijdperk van duisternis. In dit tijdperk is de mens het verst van zijn goddelijke oorsprong verwijderd. Er is veel onwetendheid en de nadruk ligt op het materiële vlak.

Karma – Wet van oorzaak en gevolg. Oosterse aanduiding voor de Wet van oorzaak en gevolg. De fundamentele wet die ons bestaan in dit zonnestelsel regeert. Elk van onze gedachten en handelingen zet een oorzaak in gang waarvan de gevolgen ons leven bepalen, ten goede of ten kwade. In bijbelse termen: ‘Zoals gij zaait, zult gij oogsten’. In wetenschappelijke termen: ‘Elke actie heeft een gelijkwaardige, eraan tegengestelde reactie’.

Krachten van duisternis (van kwaad, stoffelijkheid) – Involutionaire of materialistische krachten die het stofaspect van de planeet in stand houden. Wanneer deze hun doel voorbijschieten en invloed krijgen op de geestelijke ontwikkeling van de mensheid, worden ze aangeduid als ‘het kwaad’.

Krachten van Licht (van evolutie) – De Geestelijke Hierarchie van onze planeet. Het planetaire centrum van Liefde-Wijsheid.

Krishna – Groot avatar die rond 3000 v. Chr. verscheen en diende als het voertuig van openbaring voor de Heer Maitreya aan het begin van het Ram-tijdperk. Door de noodzaak te laten zien van astraal/emotionele beheersing, opende Krishna de deur naar de tweede inwijding. Hindoes verwachten een nieuwe incarnatie van Krishna aan het eind van Kali Yuga, het tijdperk van duisternis.

Kwaad – Alles wat de evolutionaire ontwikkeling belemmert, zie ook Krachten van duisternis.

Logos – God. Het kosmische wezen dat een planeet (planeetlogos), zonnestelsel (zonnelogos), melkwegstelsel (galactische logos) enzovoort bezielt.

Maitreya – De Wereldleraar voor het Watermantijdperk. De Christus en het hoofd van de Geesteljke Hiërarchie van onze planeet. De Meesters van alle meesters.

Manas – Hoger denkvermogen.

Mantram – Formule of opeenvolging van woorden/lettergrepen die, indien juist uittgesproken, energie in beweging zetten.

Meditatie – Wetenschappelijk middel waarmee het contact en de uiteindelijke eenwording met de ziel wordt bereikt. Ook het proces waardoor men openstaat voor geestelijke inspiratie en derhalve voor samenwerking met de Geestelijke Hiërarchie.

Meester (van Wijsheid en Mededogen) – Mensen die de vijfde inwijding hebben genomen doordat zij alle ervaringen van het leven op deze planeet hebben doorgemaakt en daardoor volledig meesterschap over zichzelf en de wetten van de natuur hebben bereikt en die ervoor kan kiezen op de aarde te blijven om de menselijke evolutie bij te staan. Er zijn 63 meesters betrokken bij de menselijke evolutie. Het zijn de behoeders van het Plan van evolutie en van alle energieën die de planeet binnenstromen ter vervulling van het Plan.

Melchizedek – voorganger van Maitreya kunnen noemen en tevens staat hij (daardoor) ook o.a. symbool voor de kennis van Atlantis, die nu weer naar boven komt.

Mens – Stoffelijke openbaring van de ziel, een geindividualiseerd aspect van de geestelijke monade (het Zelf), die een vonk is van de Ene Geest (God).

Mentaal gebied – Het gebied waarop, of de bewustzijnstoestand waarin, de denkprocessen zich afspelen. Het gebied van manas of denkvermogen.

Mentaal lichaam – Het voertuig van de persoonlijkheid op de mentale gebieden.

Monade (het Zelf) – Zuivere geest die de drievuldigheid van goddelijkheid weerspiegelt: (1) goddelijke Wil of Macht (de Vader): (2) Liefde-Wijsheid (de Zoon): (3) Actieve Intelligentie (de Heilige Geest). De ‘vonk van God’ die in elk mens huist.

Nieuwe Tijd of New Age, zie Waterman.

Occultisme – De verborgen wetenschap van de energieëncr die ten grondslag liggen aan het evolutieproces, zie ook Esoterie.

Oorzakelijk lichaam – Het voertuig van de ziel op het oorzakelijk gebied. De verzamelplaats waar het bewustzijn van ons evolutionaire punt van ontwikkeling wordt opgeslagen.

Overschaduwing – Vrijwillig samenwerkingsproces, waarbij het bewustzijn van een meester tijdelijk gebruik maakt van het fysieke, emotionele en mentale lichaam van een discipel.

Oude Wijsheid, ook Tijdloze wijsheid – Eeuwenoude reeks geestelijke leringen die de bron vormen waaruit de kunsten, religies en wetenschappelijke prestaties van talloze beschavingen ontsproten zijn. In de moderne tijd voor het eerst voor een groter publiek toegankelijk gemaakt in de 19e eeuw door Helena Blavatsky en in de 20ste eeuw in de boeken van Alice Bailey, Helena Roerich en Benjamin Creme.

Persoonlijkheid – Drievoedig voertuig van de ziel op het stoffelijke gebied, bestaande uit een mentaal, een emotioneel (astraal) en een fysiek-etherisch lichaam.

Planeetlogos – Goddelijk wezen dat een planeet bezielt.

Reïncarnatie (Wet van Wedergeboorte) – Wedergeboorte. Leven na leven reïncarneert de ziel in een ander voertuig. De wet van karma trekt ons magnetisch terug in incarnatie tótdat we geleidelijk – door het evolutieproces – volledig uitdrukking kunnen geven aan onze innerlijke goddelijkheid.

Sanat Kumara – Heer der Wereld. De etherische uitdrukking van onze Planeetlogos die in Shamballa verblijft. Een groot Wezen, afkomstig van Venus, die zichzelf 18,5 miljoen jaar opofferde om te fungeren als het persoonlijkheidsvoertuig voor de bezielende godheid van onze planeet. Het meest nabije aspect van God dat de mens in staat is te kennen.

Shamballa – Grootste energiecentrum op deze planeet. Het bevindt zich in de Gobi woestijn op de twee hoogste etherische gebieden. Van hieruit en hier doorheen stroomt de Shamballa-kracht, de energie van Wil of Doel. Komt overeen met het kruincentrum (chakra) bij de mens.

Stralen – De zeven universele stromen van goddelijke energie, die elk de uitdrukking zijn vaan een groot Leven en waarvan de wisselwerking op elke denkbare frequentie de zonnestelsels, melkwegstelsels en universums creëert. Door de cyclische spiraalbeweging van deze energieen wordt alles in en uit openbaring gebracht en gekleurd met en doordrenkt van bepaalde hoedanigheden en aspecten.

Deze zeven stralen zijn: 1. wil of macht; 2. liefde-wijsheid; 3. actieve intelligentie; 4. harmonie door conflict; 5. concrete kennis; 6. devotie & idealisme; 7. ceremoniële orde en magie

Tijdloze wijsheid, zie Oude Wijsheid

Tijdperk – Wereldcyclus van ongeveer 2150 jaar, afhankelijk van de verhouding tussen de aarde, de zon en de tekens van de dierenriem (zie ook Waterman).

Transmissiemeditatie

Trilling – Beweging van energie. Alle energie trilt op een bepaalde frequentie. Het evolutieproces vindt plaats door verhoging van de trillingssnelheid in reactie op inkomende energieën van hogere niveaus.

Tzolkin

Verklaringsdag – Dag waarop Maitreya zich aan de gehele wereld bekend zal maken tijdens wereldwijde radio-e n tv-uitzending. Hij zal de hele mensheid overschaduwen. Zelfs degenen die niet luisteren of kijken zullen zijn woorden telepathisch in hun eigen taal horen, en op hetzelfde moment zullen over de hele wereld honderduizenden spontane genezingen plaatsvinden. Hiermee zal Maitreya’s openlijke missie in de wereld worden ingeluid.

Voertuig – De vorm waarin hogere wezens zich uitdrukken op lagere gebieden. De fysieke, astrale en mentale lichamen vormen bijvoorbeeld de voertuigen van de ziel op lagere niveaus.

Waterman – Sterrenbeeld waarnaar het astronomische tijdperk is genoemd dat nu begint (de ‘nieuwe tijd’ of ‘new age’) en dat ongeveer 2350 jaar zal duren. Tevens het esoterisch symbool voor de Waterdrager, het tijdperk van Maitreya en de geestelijke energie van Waterman, waarvan synthese en broederschap het kenmerk zijn.

Wereldleraar – Hoofd van de Geestelijke Hiërarchie gedurende een tijdperk, de Christus. De Meester der meesters. De functie die nu door Maitreya wordt bekleed.

Wet van oorzaak en gevolg of Wet van Karma, zie Karma.

Wet van wedergeboorte, zie Reïncarnatie.

Zelf – De goddelijke vonk in ieder mens (zie ook Monade).

Zelfverwerkelijking – Proces waardoor de mens geleidelijk tot de erkenning en de uitdrukking komt van zijn goddelijke aard.

Ziel – Verbindend beginsel tussen geest en stof, tussen God en zijn vorm. Verschaft bewustzijn, karakter en hoedanigheid aan alle geopenbaarde vormen. Andere aanduidingen zijn het ware, hogere Zelf, innerlijke heerser, de Christus in ons, Zoon van het denkvermogen, zonne-engel. De weerspiegeling van de monade op het ziele-gebied.

Zonnelogos – Goddelijk wezen dat ons zonnestelsel bezielt, zie ook Logos.