Wat is het Waterman-tijdperk?

Aangekondigd als Gouden Tijdperk

Zoals bekend, draait de aarde in twaalf maanden rond de zon. Op deze manier komen de twaalf dierenriemtekens (Zodiak) aan bod: Steenbok, Waterman, Vissen, Ram, Stier, Tweelingen, Kreeft, Leeuw, Maagd, Weegschaal, Schorpioen en Boogschutter. Maar ook de zon doorloopt de twaalf dierenriemtekens, weliswaar in omgekeerde richting. Vandaar dat we van het Vissentijdperk naar het Watermantijdperk gaan.

Het doorlopen van deze twaalf dierenriemtekens neemt bij de zon ongeveer 26.000 jaar in beslag, hetgeen we een sterrenjaar noemen (om precies te zijn 25.920 jaar). Tijdens een omloop door dit sterrenjaar ondergaat de mensheid een grote geestelijke ontwikkeling. De wisselende invloeden van de dierenriemtekens en die van grotere stralingsvelden buiten de Zodiak (de zeven stralen) veroorzaken fundamentele energetische wijzigingen. Een sterren’maand’ (gedeeld door twaalf) duurt daarom ongeveer 2165 jaar en dit noemen we een tijdperk. Het begin van het Vissentijdperk werd tweeduizend jaar geleden ingeleid door Jezus en was een bijzonder en belangrijk moment. Hierin gaf Hij aan wat de nieuwe waarden en normen voor het dan komende tijdperk zouden gaan worden. Vanzelfsprekend is daarom ook de huidige overgang bijzonder. Maar wat het extra bijzonder maakt, is het feit dat het ook een overgang betreft van een zonnejaar, oftewel het afsluiten van een periode van 26.000 jaar.

Andere profeten & Oude Wijsheid

Er zijn dus al vele sterrenmaanden of tijdperken van 2165 jaar geweest. Elke – ruwweg – tweeduizend jaar kwam de aarde onder invloed van een ander sterrenbeeld en de bijbehorende energie. Iedere keer werden we daardoor als mensheid geïnspireerd en elk tijdperk werd ingeleid door een profeet. Het Vissentijdperk had Jezus, maar de andere cycli hadden ook hun ‘zoon van God’. De meeste namen zijn voor ons nog steeds bekend, zoals Osiris, Attis, Krishna, Mercurius, Hercules, Perseus, Rama, Boeddha, Mohammed, Mithras en Zarathustra. Allemaal profeten die hun boodschap aan de mensen verkondigden om een nieuw tijdperk in te leiden en de mensheid verder te brengen in zijn spirituele ontwikkeling. Of profeten als Boeddha (in het Ramtijdperk) of Mohammed (in het Vissentijdperk) die tijdens deze tijdperken hun belangrijke boodschappen brachten. Allemaal in dezelfde lijn met dezelfde opdracht: om de mensen uitleg te geven over de wetten van het leven en hen te inspireren deze na te leven.

Elk tijdperk was de mensheid weer iets verder gevorderd. Zo kon er elk nieuw tijdperk weer iets worden toegevoegd aan de inzichten. Deze profeten waren allen zeer vergevorderde mensen, waarvan Jezus – tot nu toe de laatste in de rij – het meest gevorderd was. Dit, omdat hij de grootst omvattende boodschap had te verkondigen – en daar zelf de manifestatie van moest zijn – waarin de mens werkelijk een goddelijk wezen is.

Al deze grote profeten komen uit dezelfde spirituele traditie van de mensheid, ook wel de Esoterische, Tijdloze of Oude Wijsheid genoemd. Daardoor kon het gebeuren dat elke profeet op dezelfde manier in de verhalen is verschenen als Jezus in het Vissentijdperk. Zo zijn er meer dan twintig gemeenschappelijke kenmerken gevonden in de verhalen van deze profeten: de geboorte uit een moedermaagd, de geboorte in een stal of grot, op de 25e december (onmiddellijk na de winterzonnestilstand), de ster in het Oosten (Sirius), de komst van de magiërs (de drie koningen), de moord op de onschuldige kinderen en de daarop volgende vlucht naar een ver land. Maar ook: de kruisiging, het lege graf, de vreugdevolle opstanding, de twaalf discipelen en het verraad van één.

Deze profeten hebben allemaal echt geleefd en elke keer weer was de nieuwe profeet onderdeel van eenzelfde soort mythe. Want ook het verhaal van Jezus werd hieraan aangepast. Zo circuleerden er in de eerste eeuwen na Chr meer dan honderd verschillende data van de geboorte van Jezus. Het verhaal gaat dat paus Julius in 337 na Chr. de knoop doorhakte. De heilige Chrysostom schrijft in 390: ‘Op deze dag (25 december) werd ook onlangs in Rome de geboorte van Christus vastgesteld, opdat terwijl de heidenen bezig waren met hun ceremoniën (de Brumalia, ter ere van Bacchus) de Christenen hun ritueel ongestoord kunnen uitvoeren.’ (Annie Besant, Esoteric Christianity)

Zoals bekend, zijn mythes vaak verhalen met een kern van waarheid. Alice Bailey schrijft daar het volgende over: ‘Een mythe is het samengevatte geloof en de kennis van het verleden, ons gegeven tot onze leiding, die ook het fundament vormt voor een nieuwere openbaring en een overgang is naar de volgende waarheid. Een mythe is een waardevolle en bewezen waarheid die stap na stap de kloof overbrugt tussen de verworven kennis uit het verleden, de huidige geformuleerde waarheid en de oneindige en goddelijke mogelijkheden van de toekomst. De oude mythen en mysteriën geven ons een samenhangend beeld van de goddelijke boodschap zoals die door de eeuw heen uitging van God in antwoord op de belofte van de mens. De waarheid van de ene eeuw wordt de mythe van de volgende.’

Zo zijn voor ons nog steeds de mythen bekend van bijvoorbeeld Osiris, Krishna, Hercules en Zarathustra. Met de levenslessen die daarbij horen. Elke tijdsperiode had zijn eigen godsdienst(en), met de bijbehorende heilige boeken en/of woordelijke tradities, als samenvatting van de openbaringen uit het verleden en het aangeven van de hoop voor de toekomst. Daarom is het verhaal van Jezus een belangrijke boodschap en vooral ook de voortzetting van een geestelijke boodschap van zijn vele bijzondere voorgangers.