Uitleg psychose en schizofrenie

Waanzin of Werkelijkheid

Ruim acht jaar lang, tot midden 2005, had Harry Beckers een praktijk waarin hij meer dan 200 mensen begeleidde met ernstig psychiatrische problemen. Door inzicht te geven in de oorzaak en herkomst van iemands beleving leerde hij zijn cliënten om te gaan met hun ‘gevoeligheid’. Zelfs ‘uitbehandelde’ patiënten kregen hiermee vaak weer zicht op een normaal leven binnen de samenleving.

Isoleerruimtes instellingen

In 1996 maakte ik voor het eerst kennis met het fenomeen “stemmenhoren” nadat de ouders van een 9 jarig meisje hiervoor mijn hulp inriepen. Dit was het begin van iets wat zou gaan uitgroeien tot een drukke praktijk. Mijn cliënten waren afkomstig vanuit heel Nederland, België en zelfs ver daarbuiten en ze waren door de psychiatrie meestal als ‘hopeloos’ geclassificeerd. Waar het aan de beginperiode van mijn werk nog onmogelijk leek, kwamen er, heel voorzichtig, psychiaters en artsen die bereid waren om samen te werken of moeilijk behandelbare patiënten naar mij door te verwijzen. Ook werd ik steeds meer betrokken bij het behandelplan van een patiënt waardoor ik ook in psychiatrische klinieken mijn werk kon doen.

Op deze manier maakte ik ook kennis met de isoleerruimtes binnen een psychiatrisch ziekenhuis. Een isoleercel in een psychiatrische kliniek biedt geen vrolijke aanblik, het deed me denken aan een politiecel zoals ik die zelf ooit had ervaren. Vooral de nadruk op ‘deed me denken aan’ was hier aan de orde omdat de isoleerruimtes die ik hier ontmoette nog veel triester waren dan een politiecel. Er was niets anders dan een houten of betonnen bak die dient als bed en geankerd is in het midden van de ruimte met daarop een bijbehorende matras. Ook mogelijkheden om een patiënt te fixeren (vastbinden) zijn aanwezig. Hier wordt dan ook niet zelden gebruik van gemaakt. Een eventuele tweede ruimte is identiek aan de eerste, met het verschil dat hier zelfs geen houten ‘bedbak’ aanwezig is. In deze kale ruimte is totaal niets, anders dan een los matras dat op de koude vloer rondslingert. Dit ter bescherming van de patiënt zelf natuurlijk omdat die in een psychotische toestand zichzelf ernstig letsel of nog erger kan toebrengen.

Op bezoek bij Johan

In zo’n zelfde omgeving ontmoette ik patiënt Johan. Door twee SPV ‘ers –sociaal psychiatrisch verpleegkundigen – werd ik begeleid naar de isoleerruimte waar Johan al maandenlang zwaar psychotisch was opgesloten. Zijn gekerm galmde door de koude betonnen omgeving. Soms jammerend dan weer overgaand in ijselijk gekrijs. Toen Johan bemerkte dat er aan de andere kant van zijn celdeur ‘aanwezigheid’ was, begon hij enorm op de deur te bonken. Door zijn gegrom en geschreeuw leek het eerder alsof er een woeste gorilla achter die stalen deur verbleef.

Even observeerden we Johan door het kijkglas in de celdeur. Het beeld dat ik hier zag deed me direct herinneren aan ‘Jolanda’. Een zwakbegaafde jonge vrouw die enkele jaren daarvoor, midden jaren ’90, in het nieuws kwam omdat een foto van haar toestand in de publiciteit was gekomen. Heel Nederland stond op zijn kop en er werden zelfs Kamervragen gesteld. Op die foto was Jolanda geheel ontkleed te zien. Vastgebonden in een isoleerruimte van een psychiatrische kliniek, zichzelf bevuilend in haar eigen ontlasting. De toestand van de patiënt waarvoor deze keer mijn hulp was ingeroepen, leek in een eerste aanblik identiek aan die van Jolanda.

Voorzichtig werd de deur geopend die me met Johan zou confronteren. Een penetrante geur van ontlasting kwam ons tegemoet evenals een agressief maar zielig hoopje mens dat slechts was gekleed in een sterk vervuild scheurpak. Ondanks de agressie die van Johan leek uit te gaan verzekerde ik de SPV-ers dat ze me met een gerust hart alleen met hem in de isoleerruimte konden achterlaten. Toen na enige aarzeling de deur weer dicht ging en we samen in de kale betonnen cel stonden, stemde ik me direct af op zijn beleving en begon onmiddellijk met het veranderen van zijn bewustzijnsfrequentie. Al snel werd Johan hierdoor een stuk rustiger en binnen 20 minuten lag hij als een schoothondje aan mijn voeten. Ook de dagen daarna bezocht ik hem in de isoleercel en na ruim een week wandelden we samen, met twee SPV-ers op enige afstand, over het terrein van het psychiatrisch ziekenhuis.

Emotie volgt na gedachte

Johan is een extreem voorbeeld, maar vele mensen heb ik uit hun psychose gehaald door me af te stemmen op de frequentie van hun belevingswereld. Vervolgens neem ik de patiënt als het ware ‘bij de hand’ en breng hem in een andere staat van bewustzijn. De voorwaarde dat dit lukt heeft niet zozeer met de ernst van de psychose van doen, maar vooral met de oorzaak hoe deze is ontstaan. Datzelfde geldt trouwens ook bij het wel of niet ‘aanslaan’ van medicatie.

Pas nadat een psychose geluwd is kun je beginnen met het ‘echte’ werk, namelijk  het in kaart brengen van de oorzaak waardoor de psychose tot stand kwam. Vaak is dat een langere periode geweest van obsessief, onbeheersbare, positieve of negatieve, gedachten. Dit in kaart brengen moet altijd in goed overleg met de cliënt gebeuren, want hij is het tenslotte zélf die de verbetering tot stand moet brengen. Daarna begint het leren omgaan met emoties ofwel het leren beheersen van de gedachten. Vanwege de gerichtheid van gedachten is hierbij ook enige structuur en bezigheid in het dagelijkse leven van belang. Bij schizofrenie ligt het meer gecompliceerd, al lijkt het belevingsproces soms hetzelfde te zijn.

Een psychose is geen abnormaal proces

Ons bewustzijn kent vele lagen die bestaan uit verschillende frequenties. Het dagbewustzijn is de enige laag die door een gemiddeld mens als bewust wordt ervaren. Tijdens de slaap komen we terecht in verschillende andere lagen van bewustzijn. De volgende ochtend echter kunnen we ons daar meestal niks meer van herinneren. Uitgezonderd de laag waarin we dromen. Hier projecteren onze gedachten een bepaalde beleving die op dat moment als werkelijkheid wordt ervaren. Dit is een van de frequenties of lagen waarin iemand ook een psychose kan beleven. Het verschil bij een psychose ten opzichte van een droom is dat er – bij een psychose – twee staten van bewustzijn tegelijkertijd worden ervaren.  De ‘waak’ en ‘droom’ toestand.

Er zijn tal van mensen die tijdens de waakperiode, dus overdag, ook afgestemd zijn op meerdere lagen of frequenties van bewustzijn maar hiervan op geen enkele manier last van hebben. Zo is er jaren geleden een groot onderzoek geweest waaruit bleek dat maar liefst 17,5% van de bevolking ervaringen heeft, of heeft gehad, welke men in de psychiatrie wellicht als psychotisch zou omschrijven. In de steden ligt dat aantal zelfs op 20%!

Deze cijfers laten duidelijk zien dat zo’n beleving helemaal niet abnormaal hoeft te zijn. Het feit dat men in de psychiatrie een dergelijke ervaring als ‘psychotisch’ aanduidt, zegt vooral iets over de parate kennis binnen de psychiatrie op dit vlak. Een psychose hoeft dan ook helemaal geen abnormaal proces te zijn. Het wordt pas een probleem als de beleving onbeheersbaar wordt. Dus als de persoon in kwestie er niet mee om kan gaan. Aangezien de gedachten bij een psychose een op dat moment realistische werkelijkheid manifesteren, ontaard dat vaak in enorme angsten. Die angst creëert vervolgens weer een werkelijkheid waardoor er al snel een vicieuze cirkel ontstaat waardoor de beleving zichzelf in stand houdt. Als je weet hoe zoiets werkt, dan kun je het angstgedeelte er bewust van loskoppelen. Hiermee kun je ook een eventuele volgende psychose vroegtijdig leren herkennen en daarmee voorkomen.

Psychose en schizofrenie los van elkaar

Schizofrenie is een verzamelnaam van allerlei symptomen zoals omschreven in de DSM 4 (Diagnostic and Statistical Manual). Op basis van die symptomen stelt men in de psychiatrie een diagnose. Schizofrenie is echter ook een ‘begrip’ geworden waardoor iedereen zich wel een beeld van de ernst kan voorstellen. Iemand met schizofrenie kan ook psychotisch zijn. Toch bestaat er een wezenlijk verschil met psychoses gerelateerd aan schizofrenie. Een ‘gewone’ psychose kan op verschillende manieren worden ‘opgewekt’ en door vele mensen worden ervaren. Maar iemand met schizofrenie beleeft vooral de diepere lagen van zijn bewustzijn en dat is van een geheel andere orde. (Overigens wil ik hierbij opmerken dat – in mijn visie – niet iedereen die in de psychiatrie wordt gediagnosticeerd met schizofrenie ook daadwerkelijk ‘schizofreen’ is!) De oorzaak van schizofrenie ligt vaak in gebeurtenissen uit vorige levens waarmee men in dit leven dan opnieuw wordt geconfronteerd. Dit zijn niet altijd exact dezelfde gebeurtenissen, maar ze liggen wel in diezelfde lijn. Ze zijn van een soortgelijke frequentie. Vandaar dat de begeleiding van iemand met schizofrenie heel wat complexer kan liggen dan bij een ‘incidentele’ psychose die bijvoorbeeld na drugsgebruik is ontstaan.

Omdat er vorige levens mee gemoeid zijn, zou je denken dat reïncarnatietherapie uitkomst kan bieden. Ik wil hier echter voor waarschuwen. Met regressie en reïncarnatietherapie bij schizofrenie is uiterste voorzichtigheid geboden en liever zou ik het willen afraden. In een bepaalde fase van het proces zou het – in sommige gevallen – misschien kunnen. Maar dat moment moet dan met precisie worden bepaald. Bovendien is begeleiding door iemand met ervaring en échte kennis van zaken strikt noodzakelijk!

Richtlijnen

Een belangrijke richtlijn zowel bij psychose als schizofrenie is dat de gedachte de werkelijkheid creëert. Emotie volgt na gedachte en gedachte reageert weer op emotie! Ook dit kan een vicieuze cirkel zijn waarin tevens een sleutel tot de oplossing ligt. Ook belangrijk om te weten: het werkingsmechanisme van de hersenen wordt aangestuurd door ons denken. De hersenen reageren dus op gedachtes en niet andersom! Langdurige medicatie kan daarom nooit een permanente oplossing zijn! Wel als therapeutische aanvulling.

©  Harry Beckers, 2008

 

 

Reageren