Artikelen

De tactiek van tegenstand

Geschreven door Ronald Jan

Elk nieuwe input, die buiten het heersende gedachtegoed valt, krijgt steevast de wind van voren. Alhoewel, in de fase daarvóór wordt het vooral stilgezwegen. ‘Besteed er geen aandacht aan en het bloedt vanzelf dood’.

Dat gebeurt soms ook onbewust. Maar als men na een tijdje er wel op ingaat, wuift men het er eerst weg met de strekking ‘dat het niet echt serieus genomen kan worden. In die fase maakt men het dus belachelijk. Vaak ook speelt men ‘op de persoon’, zelden gaat het over de werkelijke inhoud. Er wordt geen onderzoek gedaan en het wordt niet serieus bekeken. Wel wordt er ‘uit de losse heup op geschoten’.

Een mooi voorbeeld is het wel of niet bestaan van UFO’s. (Het gaat er even niet om of het bestaan ervan wel of niet zo is, maar over de benadering.) Voor een aantal mensen gaat dit idee te ver. Men weet niet echt waarom, men vindt het gewoon een raar idee. En wat blijkt … als je doorvraagt, weten deze personen er heel weinig van af. Ook al worden ze geconfronteerd met feiten van officiële bronnen, of verhalen die gedubbelcheckt zijn, ze zijn niet te overtuigen.

De Amerikaanse nucleair natuurkundige Stanton Friedman, die zich veel heeft beziggehouden met de technologie van buitenaardse schepen, heeft in de loop der jaren veel kritiek over zich heen gekregen. De meeste tegenstand komt van de zogenaamde ‘debunkers’. Dat zijn mensen die het gegeven, dat UFO’s zouden kunnen bestaan, willen ontmaskeren. Alsof een illusionist aan het werk is, en zij gaan de truc laten zien. Maar het feit dat zij de truc nog niet weten, maakt niet uit. Vroeg of laat komen zij er toch achter, is hun redenering.

Friedman vat de houding van deze debunkers op een treffende manier samen: ‘Don’t bother me with the facts, my mind is made up’. Vrij vertaald, ‘jullie kunnen met nog zoveel feiten komen, maar ik heb er nu eenmaal al een mening over gevormd’. Vanzelfsprekend is dit alles behalve rationeel, terwijl dat juist een eigenschap is waar ‘tegenstanders’ zich maar wat graag op beroepen.

Een andere redenering die bij veel debunkers populair is, vertelt Friedman, is de volgende: ‘als het bestaan van UFO’s echt belangrijk zou zijn, dan zou ik het weten, omdat ik intelligent ben en alles bij hou in de media wat belangrijk is. En omdat ik er niet vanaf weet, ga ik geen tijd in stoppen in iets waarvan ik het belangrijke al weet.’ Dit is een prachtige drogredenering, kom daar maar eens tussen! Het is in ieder geval een hele succesvolle manier om je eigen gelijk te bewijzen.

Met een debunker valt daardoor bijna tot niet te praten, aldus Friedman. Maar met een criticus of scepticus daarentegen wel. Want kritiek is prima. Het hangt echter van de instelling af. Een debunker stelt ‘ik weet het antwoord al’. Een scepticus zegt ‘het zou kunnen, misschien’. Hij houdt de mogelijkheid open. Zo’n kritische houding is zelfs belangrijk voor goed wetenschappelijk onderzoek. Maar ook nieuwsgierigheid is van belang! Nieuwsgierig naar nieuwe methoden, vooral als deze al succesvol zijn gebleken. Zoals de benadering van Harry Beckers.

Als de massa van het volk zich gaat roeren, kunnen (de argumenten van) de debunkers niet meer staande blijven. ‘Don’t bother me with the facts, my mind is made up’  maakt dan geen indruk meer. Logisch, want de feiten zullen voor zich spreken.

Over de auteur

Ronald Jan

Ronald Jan Heijn is van jongs af aan bezig geweest met een ruimere manier van denken. Zijn leven ging door de moerasgebieden van de grote thema’s van deze maatschappij. Zijn hindernissen, dalen en tegenstrevers waren daarbij zijn beste leermeesters. Door zijn ervaringen in de samenleving aan de ene kant en als ‘student van de ruimere werkelijkheid’ aan de andere kant probeerde hij altijd bruggen te slaan. Ook de door hem gevolgde studies (jaren tachtig) van bedrijfskunde en later culturele antropologie hadden die onderliggende wens. Tevens deed hij vele spirituele cursussen en werkte hij bij een organisatie-adviesbureau gespecialiseerd in cultuurveranderingen. Ronald Jan komt uit de nationaal bekende kruideniersfamilie van Albert Heijn en hij was ooit tophockeyer in het Nederlands Elftal. In 1987 werd zijn vader ontvoerd en vermoord, de dader door hem vergeven. Om bij te dragen aan een betere wereld startte hij begin jaren negentig het holistische centrum Oibibio in Amsterdam. Na 8 jaar – Oibibio ging aan zijn eigen succes ten onder - en vele tegenslagen verder kwam hij in 2001 Harry Beckers tegen. Samen begonnen ze met lezingen - en maakten later twee documentaires - over een ruimere manier van denken. Zonder het te weten, werd Ronald Jan in die periode opgeleid tot een boodschapper van de Nieuwe Tijd. Bovenal mocht hij getuige zijn van het zware voorbereidingspad van de Wereldvernieuwer HB en uiteindelijk meewerken aan zijn naar voren treden.

Reageren