Actueel

Het begin van het intuitieve denken

Geschreven door Ronald Jan

Om de huidige impasse in de samenleving te begrijpen is het belangrijk om te weten in welke evolutie we zitten. Een evolutie die iets zegt over de ontwikkeling van onze manier van denken. Het bewustzijn geeft antwoord.

9 augustus 2013

Een overgangsperiode gaat zelden zonder frictie. Want zowel het oude als het nieuwe denken is aanwezig. En dat botst. Voor een nieuw tijdperk om écht in te dalen moet het opboksen tegen de oude denkwijzen, waarvan sommige al meer dan 8.000 jaar oud zijn. Toch is er sprake van een aanstaande doorbraak.

Het paradigma (gedachtegoed) van de afgelopen eeuwen is die van het ‘fysieke denken’. In het fysieke denken telt alleen het tastbare, geld en materie; de mens is een lichaam, meer niet en ‘ik geloof het pas als ik het zie’, etc. Dit is een visie die nu schromelijk tekort schiet. Hoe komt het toch, dat al die eeuwen het kijken met de fysieke bril zo overheersend is geweest?

Het antwoord bevindt zich – zoals zo vaak bij een wisseling van de wacht – in de werkelijkheid búiten het fysieke denken. Buiten dit denken, in een grotere werkelijkheid is duidelijk ‘het grotere plaatje’ te zien. De mensheid bevindt zich namelijk in een geestelijke evolutie. Gedurende de eeuwen is er wel degelijk sprake van een toenemend bewustzijn. Hoewel dit proces langzaam en geleidelijk verloopt zijn er een aantal zeer cruciale stadia in te onderscheiden. Alice Bailey heeft deze uitbreidende stadia van bewustzijn, ook wel ‘dimensies’ genoemd, in een kosmisch schema uiteengezet. Voor deze dimensies maak ik dankbaar gebruik van een samenvatting van Ron Schel:

  1. Handelen – In de eerste dimensie leek de mens nog het meest op een dier. Hij was zich uitsluitend bewust van zijn fysiek/etherische lichaam en hoe dit te onderhouden, te voeden en te gebruiken. Het handelen was sterk instinctief en gericht op fysiologische en fysieke behoeften.
  2. Emotie – In de fase van de tweede dimensie is de mens zich steeds meer bewust van zijn emotionele lichaam. Hij begint emoties te onderscheiden van aangenaam/onaangenaam, van gewenning en begeerte, en van gehechtheid en afhankelijkheid. In deze fase ging de mens zich verzamelen en wilde hij tot een bepaalde groep of stam horen.
  3. Denken – In de derde dimensie wordt de mens zich bewust van zijn mentale lichaam: het denkvermogen. Hij ontwikkelt het vermogen om te redeneren en strategieën te ontwikkelen. Hij leert kennis vergaren en begint met het bedrijven van wetenschap.
  4. Weten – In de vierde dimensie (van de komende nieuwe tijd) zal het bewustzijn zich uitbreiden tot het intuïtieve lichaam en zal ‘het weten’ zich ontwikkelen. Het denken wordt steeds minder gekleurd door de emoties en ook de wens om ons te onderscheiden zal naar de achtergrond verdwijnen. In deze fase zal de mens zich steeds meer laten leiden door de intuïtie, het intuïtieve weten. (Einde samenvatting Schel)

In het schema wordt duidelijk dat de mens veel meer is dan zijn lichaam. De mens is een bewustzijn met de ziel (als kern) met zowel een fysiek, emotioneel/astraal als een mentaal lichaam. En met een intuïtie dat zich buiten het fysieke lichaam bevindt – als onderdeel van het bewustzijn – en bestaat uit opgedane ervaring uit voorgaande levens. Gedurende vele levens is elk mens bezig om onwetendheid om te zetten in inzicht. Tijdens dit bewustwordingsproces maakt hij zijn persoonlijkheid steeds transparanter, zodat het licht van zijn ziel steeds meer afstemming krijgt met het bewustzijn en daardoor naar buiten kan schijnen. De mens wordt zichZelf en blijkt een kosmisch wezen te zijn.

Zo ver is het nog niet, we zitten nu voornamelijk in de derde dimensie. Hierin wil de mens zich onderscheiden en doet dit door middel van individualiteit. Hierdoor heeft de persoonlijkheid/ego zich sterk kunnen ontwikkelen. Hoewel de persoonlijkheid in de ideale situatie een instrument van de ziel zou ‘moeten’ zijn, is het in deze fase ‘heer en meester’. Helaas heeft het ego een beperkte manier van denken: het denkt in eigen belang, vindt status belangrijk, vindt geld belangrijk en heeft nooit genoeg, het is niet te bevredigen. Het kan ook niet tegen zijn verlies en is tot alles in staat uit lijfsbehoud. En bovenal: het denkt in afgescheidenheid: ik en de ander. Het ego onderscheidt zich door dualiteit: rijk-arm, groot-klein, sterk-zwak, goed-slecht, wel-geen bezit, medelijden met onszelf en met anderen, etc.

Hierdoor kent het ego wedijver en jaloezie en heeft daarmee een zeer vijandige wereld geschapen: wedijver, afgescheidenheid en commercialisering. Het heeft de wereld aan de rand van de afgrond gebracht, want de planeet werd ‘gewoon’ gebruikt en is ondergeschikt aan onze (beperkte) wensen en eisen.

Fases lopen in elkaar over dus de derde dimensie wordt nog steeds sterk gekleurd door de emoties van de tweede dimensie, waardoor onze oude manier van denken extra hardnekkig is. Het denken van ‘het ego met zijn emoties’ maakt het moeilijk:

  • We bewijzen graag ons eigen gelijk. Zodoende is de werkelijkheid vaak datgene wat we willen zien. We zijn eraan gehecht geraakt. Alle feiten en visies die hier niet aan voldoen, vinden dan geen vruchtbare bodem en worden dus niet opgemerkt. Einstein zei niet voor niets, ‘een vooroordeel is moeilijker splitsen dan een atoom’.
  • Alles wat je aandacht geeft groeit. Dus ook omgekeerd. Alles wat je niet interessant vindt, krijgt geen kans om te groeien. Vandaar ook zo vaak de reactie ‘ja, maar, als reïncarnatie een werkelijkheid is, waarom weet en hoor ik er dan zo weinig van?’ Dat heeft dan met je gerichtheid te maken. Je was niet gespitst op het verkrijgen van die informatie en dan zal het je niet snel ‘toevallen’. Het toeval vindt namelijk plaats als je die gerichtheid wél hebt.
  • Ons denken wordt niet bepaald door feiten, maar door denkpatronen. Zelfs als ons leven op het spel staat. Zo is gebleken dat negen van de tien mensen die een bypass-operatie hebben ondergaan niet bij machte zijn hun levenswijze te veranderen’ ondanks de goede adviezen. Een crisis is dus blijkbaar niet altijd voldoende, want de ‘vereiste’ verandering zou een volledig patroon moeten doorbreken: het is een onderdeel van een groter geheel dat men niet kan loslaten. Op wereldschaal speelt dit natuurlijk met de ‘patiënt Aarde’: we weigeren nog steeds om écht duurzaam te leven, etc.
  • De emotionele manier van denken geeft ook een kenmerkend beeld als er nieuwe denkbeelden naar voren worden gebracht. Of het nu in de wetenschap is of in het dagelijks leven, het volgt meestal een vast – emotioneel – patroon: men ontkent het eerst, maar als men na een tijdje er wel op ingaat, maakt men het belachelijk. Vaak speelt men ook ‘op de persoon’, zelden gaat het over de werkelijke inhoud. Er wordt geen onderzoek gedaan en het wordt niet serieus bekeken, er wordt vooral ‘uit de losse heup op geschoten’. Pas als er echt geen ontkomen meer aan is, dan zegt men dat men deze nieuwe zienswijze altijd al gedacht heeft.
  • Ander voorbeeld: het wel of niet bestaan van UFO’s. Voor een aantal mensen gaat dit idee te ver. Men weet niet echt waarom, men vindt het gewoon een raar idee. En wat blijkt … als je doorvraagt, weten deze personen er vaak weinig van af. ‘Don’t bother me with the facts, my mind is made up’. Vrij vertaald, ‘jullie kunnen met nog zoveel feiten komen, maar ik heb er nu eenmaal al een mening over gevormd’. Vanzelfsprekend is dit niet zozeer een rationele maar vooral een emotionele opstelling.
  • Ook de media heeft natuurlijk dezelfde heersende manier van denken. Hierdoor bevestigt de samenleving continu zichzelf. Voorbeeld van deze redenatie bij UFO-ontkenners: ‘als het bestaan van UFO’s echt belangrijk zou zijn, dan zou ik het weten, omdat ik intelligent ben en alles bij hou in de media wat belangrijk is. En omdat ik er niet vanaf weet, ga ik geen tijd in stoppen in iets waarvan ik het belangrijke al weet.’ Nogmaals, we zien wat we willen zien.
  • Angsten houden mensen af om iets te onderzoeken. De moeder aller angsten is de angst voor de dood. Hierin ligt een diepere reden waarom men niet graag verder kijkt. Dus ook niet – en wellicht voorál niet – naar het thema leven en dood. Men is bang voor het onverklaarbare, voor het onbekende, voor het grote geheim. Men is bang om geliefden achter te laten of om achtergelaten te worden. Of men is bang voor de laatste processen bij het intreden van de dood, doordat men een naar voorbeeld gezien heeft, of doordat men reageert vanuit vroegere, gewelddadige manieren van sterven die diep in het onderbewustzijn liggen opgeslagen. Waar de angst ook vandaan komt, zij weerhoudt ons ervan meer helder naar leven én dood te kijken – terwijl hier de deur zit naar het ruimere denken.
  • Een andere reden is het feit dat onze ‘natuurlijke’ manier van denken verticaal is: in een korte lijn van oorzaak naar gevolg, inclusief vooroordelen. Maar als je een kuil graaft, kom je alleen dieper. Een horizontale, inventieve, creatieve manier van denken, die vooral ook andere invalshoeken stimuleert, is pas iets van de laatste drie decennia.
  • Een ruimere manier van denken wordt ons ook niet geléérd in onze opvoeding en opleidingen. Namelijk, om vanuit een neutrale, zelfontdekkende manier naar levensvragen te kijken. De oude dogma’s van de kerk en ideologieën hebben lange tijd onze ideeën over het leven, hemel en hel ingekleurd.
 ’Zo is het en niet anders’.
  • Niet alleen de emoties uit de tweede dimensie spelen nog mee, we zitten ook nog steeds vast in een groepsdenken, voortkomend uit dat van de dieren, gekenmerkt door een groepsbewustijn. Het groepsdenken heeft daarom nog steeds effect op ons. We vinden het vaak belangrijker wat ‘onze groep’ ervan vindt dan dat we onafhankelijk een visie kunnen vormen.
  • De heersende manier van denken gaat het als het ware ook een eigen leven leiden ‘boven de hoofden’ van de mensen. Het wordt een entiteit op zich. Als een soort ‘iCloud’ van waaruit we kunnen tappen. Of – om met Rupert Sheldrake te spreken – een morfogenetisch veld waar men ‘onbewust’ op afstemt. Het is de ongeschreven en onzichtbare geest die door de maatschappij waart en in de afgelopen eeuwen natuurlijk heel krachtig geworden. De energie ‘erachter’ loopt nu weliswaar heel hard terug en de nieuwe manier van denken krijgt steeds meer ruimte.

Het zal niet verbazen dat binnen de esoterie onze huidige manier van denken ‘het lagere denken’ wordt genoemd. Het ‘hogere denken’ komt gelukkig in zicht en betreft de vierde dimensie.

Deze nieuwe manier van denken heeft juist de instelling: ‘je kunt het pas zien, als je er vertrouwen in hebt’. En voor dat laatste heb je intuïtie nodig. Op die manier kan er een wisselwerking tussen het denken en de intuïtie ontstaan. Hoe meer inzicht je hebt in de ruimere levensvisie hoe meer je opmerkt en gaat zien. Inzicht en intuïtie versterken elkaar. Resulterend in een weten, dat tijd en ruimte overstijgt.

Daarom is het zo inspirerend dat de ruimere en daarmee intuïtieve manier van denken zo sterk in opkomst is. Er is geen houden meer aan voor ‘de oude wereld’. De dammen cq. de vliezen zijn aan het doorbreken, de geboorte van de nieuwe tijd is serieus aanstaande!

Ronald Jan Heijn

Intuitie 2

 

Over de auteur

Ronald Jan

Ronald Jan Heijn is van jongs af aan bezig geweest met een ruimere manier van denken. Zijn leven ging door de moerasgebieden van de grote thema’s van deze maatschappij. Zijn hindernissen, dalen en tegenstrevers waren daarbij zijn beste leermeesters. Door zijn ervaringen in de samenleving aan de ene kant en als ‘student van de ruimere werkelijkheid’ aan de andere kant probeerde hij altijd bruggen te slaan. Ook de door hem gevolgde studies (jaren tachtig) van bedrijfskunde en later culturele antropologie hadden die onderliggende wens. Tevens deed hij vele spirituele cursussen en werkte hij bij een organisatie-adviesbureau gespecialiseerd in cultuurveranderingen. Ronald Jan komt uit de nationaal bekende kruideniersfamilie van Albert Heijn en hij was ooit tophockeyer in het Nederlands Elftal. In 1987 werd zijn vader ontvoerd en vermoord, de dader door hem vergeven. Om bij te dragen aan een betere wereld startte hij begin jaren negentig het holistische centrum Oibibio in Amsterdam. Na 8 jaar – Oibibio ging aan zijn eigen succes ten onder - en vele tegenslagen verder kwam hij in 2001 Harry Beckers tegen. Samen begonnen ze met lezingen - en maakten later twee documentaires - over een ruimere manier van denken. Zonder het te weten, werd Ronald Jan in die periode opgeleid tot een boodschapper van de Nieuwe Tijd. Bovenal mocht hij getuige zijn van het zware voorbereidingspad van de Wereldvernieuwer HB en uiteindelijk meewerken aan zijn naar voren treden.

1 reactie

  • Ronald Jan, ik ben het helemaal met je eens: de geboorte van de Nieuwe Tijd is aangebroken; elk mens verlangt ernaar. We weten alleen niet hoe we de dualiteit stop moeten zetten. We krijgen nog zoveel verkeerde voorlichting zodat onze hart energie maar niet op de voorgrond kan komen. Het is n.l. niet “eerst zien en dan geloven, maar integendeel: “eerst geloven en dan zien.” Dit gedicht gemaakt in augustus 2012 getuigd ervan:

    Laten we het verleden eindelijk laten rusten
    we balanceren op de grens
    van een oud naar een Nieuw Tijdperk
    Het oude paradigma wil afscheid nemen
    met alle respect het heeft z’n tijd gehad.

    We zijn geneigd het krampachtig vast te houden
    bang als we zijn voor het onzekere
    voor dat wat onzichtbaar is.
    Ons bewustzijn is zoveel groter dan we denken
    het staat in contact met alles wat er is.
    We hoeven alleen onszelf te zijn .
    In evenwicht met ons zielscontact
    accepteren en loslaten van dat wat er is
    vertrouwen hebben in onszelf.

    Het systeem van deze wereld werkt niet meer
    maar daarom hoeven wij niet angstig te zijn.
    Het Nieuwe Tijdperk is op komst
    het staat te dringen op de drempel
    maar wacht netjes op z’n beurt
    Daarom moeten we afscheid nemen
    afscheid nemen van het oude
    Nu, in het Heden vaarwel zeggen
    met alle Liefde, dankbaarheid en respect.
    Om NU, in het Heden het Nieuwe te verwelkomen
    alles gebeurt immers in het Heden
    het verleden hoeft niet afgerond.
    Door het Liefdevol los te laten
    kunnen we zeggen:
    NU in 2013: NU is het verleden
    VOLTOOID VERLEDEN TIJD!

    Dat betekend dat we de afgescheidenheid achter ons laten en het Eenheidsbewustzijn verwelkomen. Dat we gaan LEVEN zoals we bedoeld zijn, in Liefdevolle wijsheid.

Reageren