Artikelen

Sport als kenmerk van deze eindtijd

Geschreven door Ronald Jan

Waar komt het heilige ‘moeten winnen’ toch vandaan? Is dat een kwaliteit of een tekortkoming?

de ware sportgeest moet nog ontwaken

Juist nu de wereld voor de drempel van een enorme omslag staat, is deze zomer gevuld met mega-sportevenementen, als het EK-voetbal en de Olympische Spelen, die velen gekluisterd aan de buis zullen houden. Naast het feit dat het vooral ook media-circussen zijn geworden, hoe is het eigenlijk – zo aan het eind van het Vissentijdperk – gesteld met onze beleving van topsport?

Zo’n 110 jaar geleden, aan het eind van de negentiende eeuw, heeft Pierre de Coubertin het oorspronkelijke Olympische credo, ‘citius, altius, fortius’ – Latijn voor ‘sneller, hoger, sterker’ – nieuw leven ingeblazen. Hij zei: ‘het belangrijkste bij de Olympische Spelen is niet de overwinning, maar de deelname, zoals ook in het leven niet de overwinning, maar het streven naar een doel het belangrijkst is. Het belangrijkste is niet, om te veroveren, maar om goed gestreden te hebben’. De Olympische Spelen als inspiratie voor het leven zelf. Het gaat er dus niet om wát je doet, maar hóe je het doet.

Hoe schril is het contrast met een recente uitspraak van voetballer Mark van Bommel. De aanvoerder van het Nederlands Elftal vindt de aantrekkelijkheid van het spel ondergeschikt aan het resultaat: ‘Aan het eind van je carrière tellen de prijzen, niet of je mooi hebt gevoetbald’. Hoe anders dan de zienswijze van De Coubertin!

Dat brengt ons bij de vraag, ‘hoe belangrijk is schoonheid in de sport?’. Of nog beter ‘hoe belangrijk is schoonheid in het leven? En dus … wat is de zin van het leven? Als het doel zou zijn ‘prijzen winnen’, dan zou 99,9 % van de mensheid niet meetellen. Maar als de zin van het leven bijvoorbeeld is ‘lessen leren’, dan doet iedereen weer mee.

Lessen leren, onwetendheid omzetten in inzicht … het is een geestelijke weg die we te bewandelen hebben. Met als resultaat dat we steeds dienstbaarder worden aan het algemeen belang. Op deze manier gaan we steeds liefdevoller in het leven staan. In dit plaatje komt ‘schoonheid’ wel degelijk om de hoek kijken. Want komt schoonheid niet boven drijven als iets met hart en ziel gebeurt? En als iets met de grootst mogelijke vaardigheid, talent en toewijding gedaan wordt? De grondhouding en intentie is dan de liefde voor hetgeen je doet … kunst, sport, hobby, werk.

Pierre de Coubertin heeft destijds blijkbaar goed de energie van het komende tijdperk aangevoeld. En wellicht had hij ook inzicht in de levensweg, die we allen te bewandelen hebben. Want het heilige ‘moeten winnen’ is eerder een tekortkoming dan een kwaliteit. De wil om te winnen is vaak niets meer is dan een onhebbelijkheid van onze persoonlijkheid, die niet tegen zijn verlies kan. Het is de mentaliteit van de persoonlijkheid/ego en niet van de ziel, die we werkelijk zijn. Het ego kan namelijk niet tegen verlies, het wil overleven. Dus kijkt altijd op de korte termijn en stelt alles in het werk om verlies te vermijden. De ziel daarentegen weet waar het leven over gaat en stelt geen interesse in winnen of verliezen van een wedstrijd. Hij denkt niet in afgescheidenheid, hij en de ander zijn een. Dan wordt een wedstrijd vooral een samenspel, meer een dans die je met elkaar doet. Met respect en gebruikmakend van de kwaliteiten van elkaar.

Het blijven cultiveren van ‘het heilige winnen’, zorgt er juist voor dat de persoonlijkheid belangrijk blijft (en dat je denkt dat je belangrijk bent). Dan blijf je steken in een fase. Met bijvoorbeeld ‘resultaat-voetbal’ als produkt. Terwijl het juist de bedoeling is dat de persoonlijkheid steeds minder op de voorgrond komt en uiteindelijk ‘samensmelt’ met wie je werkelijk bent, met jouw ziel. Dat proces is er vooral een proces van loslaten … van dingen die je dacht dat belangrijk waren.

Zolang we nog vinden dat winnen zo belangrijk is, hebben we nog steeds niet de zin van het leven begrepen. En daarom … de geest van de ware sportbeleving is nog niet vaak naar buiten gekomen. In het nieuwe tijdperk zal dat zeker duidelijk worden. Veel mensen hunkeren daar naar. En vooral jongeren geven daar al blijk van, want velen zijn wars van competitie. Het gaat om elkaar, en niet wát je doet, maar hóe je het doet.

Ronald Jan Heijn

 

Over de auteur

Ronald Jan

Ronald Jan Heijn is van jongs af aan bezig geweest met een ruimere manier van denken. Zijn leven ging door de moerasgebieden van de grote thema’s van deze maatschappij. Zijn hindernissen, dalen en tegenstrevers waren daarbij zijn beste leermeesters. Door zijn ervaringen in de samenleving aan de ene kant en als ‘student van de ruimere werkelijkheid’ aan de andere kant probeerde hij altijd bruggen te slaan. Ook de door hem gevolgde studies (jaren tachtig) van bedrijfskunde en later culturele antropologie hadden die onderliggende wens. Tevens deed hij vele spirituele cursussen en werkte hij bij een organisatie-adviesbureau gespecialiseerd in cultuurveranderingen. Ronald Jan komt uit de nationaal bekende kruideniersfamilie van Albert Heijn en hij was ooit tophockeyer in het Nederlands Elftal. In 1987 werd zijn vader ontvoerd en vermoord, de dader door hem vergeven. Om bij te dragen aan een betere wereld startte hij begin jaren negentig het holistische centrum Oibibio in Amsterdam. Na 8 jaar – Oibibio ging aan zijn eigen succes ten onder - en vele tegenslagen verder kwam hij in 2001 Harry Beckers tegen. Samen begonnen ze met lezingen - en maakten later twee documentaires - over een ruimere manier van denken. Zonder het te weten, werd Ronald Jan in die periode opgeleid tot een boodschapper van de Nieuwe Tijd. Bovenal mocht hij getuige zijn van het zware voorbereidingspad van de Wereldvernieuwer HB en uiteindelijk meewerken aan zijn naar voren treden.

Reageren