Hoe de medicijnen industrie te werk gaat

door Bryan Hubbard, Medisch Dossier, jaargang 13, nummer 9 

(Hier wordt het voorbeeld gegeven van de cholesterol situatie. Zeer vergelijkbaar met de psychotrope medicijnen, die op deze website ter sprake komen.)

Twee reusachtige industrietakken bundelen hun krachten om de cholesteroltheorie overeind te houden.

Van binnenuit wordt de geneeskunde aangevreten door het feit dat artsen soms twee heren dienen: de patiënten en de aandeelhouders in de farmaceutische industrie. In een ideaal kapitalistisch systeem hoeft dat geen probleem op te leveren. Daarin worden namelijk de allerbeste middelen het populairst omdat ze het best werken, en worden de producent en diens aandeelhouders dus beloond.
Helaas opereert de geneeskunde echter niet als een vrije markt. De patiënt – of, in marketingtermen, de consument – heeft helemaal geen keuze. In zijn plaats neemt de dokter, in de rol van de expert, de aankoopbeslissing. Dat doet hij soms op basis van marginale of zelfs totaal afwezige bewijzen. En aangezien de weg naar de markt via deze dokters verloopt, maakt de geneesmiddelfabrikant daar gebruik van.

Hij sponsort ‘onderzoeken’ die nauwelijks meer zijn dan pr, hij organiseert ‘conferenties’ in exotische oorden, hij ‘sponsort’ de spreekkamer van de dokter met gratis pc’s en andere kadootjes. Ook betaalt hij de dokter voor deelname aan ‘marketingtrials in een vroege fase’: een effectieve manier om een nieuw middel te lanceren.
De waarheid en de wetenschappelijke methodiek worden verdraaid en uiteindelijk mooier voorgesteld om de verkoop van een geneesmiddel te bevorderen, zodat de aandeelhouder wordt beloond.

De waarheid speelt de tweede viool ten opzichte van de winst, in een niet geheel vrije markt. Het beste product wint lang niet altijd, maar des te vaker het product dat met de meeste kracht wordt gepromoot. Als er miljarden dollars en euro’s winst voor farmaceuten op het spel staan, dan heb je een probleem. En als er zelfs twee krachtige industrietakken betrokken zijn, dan ontstaat er een zwart gat waar de waarheid niet uit naar boven kan komen, omdat de hang naar winst veel te machtig is.

Dat is wat er met de cholesteroltheorie is gebeurd, het onderwerp van ons hoofdartikel deze maand. Die theorie houdt in dat als je veel vetten eet, je gehalte LDL-cholesterol (ofwel ‘slecht’ cholesterol) stijgt. Dat ‘slechte’ cholesterol blijft aan je arteriewanden plakken totdat deze verstopt raken en dat kan een hartaanval veroorzaken.
Die theorie heeft twee reusachtige markten veroorzaakt: die voor statines (cholesterolsyntheseremmers) – de meest winstgevende geneesmiddelsoorten ter wereld – en die voor magere voedingsmiddelen, waarin ook miljarden dollars en euro’s per jaar omgaan.

De cholesteroltheorie is niet waar: hij is al vele malen ontkracht door de schaarse onafhankelijke onderzoeken die tegen de stroom in toch het licht mogen zien. Uit het nieuwste onderzoek blijkt zelfs dat het ‘slechte’ cholesterol helemaal niet slecht is. Het heeft een sleutelrol in het genezingsproces bij ontstekingen en bij de preventie van een hartaanval. En naarmate we ouder worden, krijgt cholesterol een nog grotere rol. Het helpt spierkracht op te bouwen en houdt onze hersenen scherp. De aanval op het ‘slechte’ cholesterol zou wel eens de oorzaak achter de toename van dementie onder ouderen kunnen blijken. En ook zou hij juist datgene kunnen veroorzaken waar hij ons voor moet beschermen.


 

1 reactie

Reageren