Een willekeurige nachtdienst

Persoonlijk verhaal uit de Volkskrant van 28 juni 2011

Joanneke Dalebout is crisisdienstpsychiater en vrijgevestigd psychiater. Zij schreef een artikel over de inschatting van minister Schippers over psychiatrische patiënten. In haar artikel geeft ze tevens een opsomming wat zij meemaakt als crisisdienstpsychiater op een willekeurige nachtdienst. Het aantal gevallen met een geestesziekte is opvallend.

(We hebben slechts 3 gevallen uit haar dienstverslag gelaten, die niet met een geestesziekte te maken hadden, o.a. een alcoholist – al weten we daar in dit geval de oorzaak natuurlijk niet van.)

Een willekeurige nachtdienst van Joanneke Dalebout

17.00 uur: De nachtdienst als psychiater van de crisisdienst begint. Ik word gebeld door onze arts en verpleegkundige voor overleg. Zij zijn thuis bij een man die ervan overtuigd is dat hij behekst wordt. Om ‘te ontsnappen’ aan deze machten verwaarloost hij al meer dan een jaar zichzelf, slaapt hij op een houten plank, in een huis zonder stromend water en bewaart hij zijn ontlasting in plastic zakjes. Als de familie hem die middag een fles shampoo aanbiedt, wil hij uit het raam springen uit angst voor beheksing. Na onze komst wordt hij, broodmager, gedwongen opgenomen.

17.30 uur: Een arts van een verzorgingshuis vraagt beoordeling van een dame die vanuit haar dementie  ervan overtuigd is dat iedereen haar besteelt. Zij valt daarom medebewoners lastig, heeft de verzorgenden fysiek letsel toegebracht, en dwaalt nu zonder jas op straat. Zij wordt opgenomen op de ouderenafdeling van het psychiatrisch ziekenhuis voor behandeling van haar waan en van de gedragsproblematiek.

19.00 uur: De politie heeft een vrouw op de eerste hulp gebracht die in verwarde toestand met haar rolstoel de zee in is gereden. Zij weet haar naam en adres niet meer, maar blijkt na onze komst een bekende patiënte, die met de taxi weer terug wordt gebracht naar de instelling waar zij is opgenomen.

23.00 uur: De huisartsenpost belt. Een man blijft aanhoudend met zijn hoofd tegen de muur bonzen, een bloedende zwelling is inmiddels zichtbaar. Hij is die middag ontslagen op zijn werk, omdat hij vanuit zijn dwangstoornis alsmaar zijn handen wast uit angst voor ziektekiemen.

1.30 uur: Een borderline patiënte met een paniekstoornis die zichzelf heeft verwond.

Ik ga een schizofrene patiënt beoordelen die opgenomen is op de kliniek, maar nu naar huis wil. Hij had zich vanuit een psychose in zijn buik gesneden, zodanig dat zijn darmen naar buiten puilden.

4.00 uur: De politie belt: een autistische man heeft in opdracht van ‘stemmen’, die hij in zijn psychose hoort, brand gesticht in een portiek.

5.30 uur: Opnieuw een verzoek tot beoordeling van de politie: een manische man, pas vader geworden en net een nieuwe baan, heeft vanuit zijn grootheidsideeën met 180 kilometer per uur met zijn auto door de stad gereden.

8.00 uur: Mijn polikliniek begint. De eerste patiënt is een verpleegkundige en moeder van drie kinderen. Zij werkte jarenlang door ondanks zware rugklachten; kreeg een verkeerde medicatiecombinatie voorgeschreven en werd toen ernstig depressief en suïcidaal.

Tot zover haar nachtdienst. Hierna sluit Joanneke Dalebout af met een paar vragen, waaronder deze:

Is er iemand in Nederland die betwijfelt of deze mensen ziek zijn? Is er behalve minister Schippers iemand in Nederland die werkelijk denkt dat dit problematiek is die ‘mensen in hun eigen kring kunnen uitvogelen’ of dat ze verholpen kan worden binnen de eerste lijn?

 

Reageren