Over de juiste wetenschappelijke instelling

Vorige week ondergingen de exacte wetenschappen een soort van wake-up call, doordat de wetten van Einstein opeens worden uitgedaagd. Een nano-deeltje (neutrino) is sneller gegaan dan het licht en ‘dat was eigenlijk niet mogelijk’. Een regelrechte sensatie, als het waar is.     

Vele exacte wetenschappers reageren enthousiast op dat ‘te snelle deeltje’. Want als het klopt, staan zij aan de vooravond van een enorme doorbraak. Een juiste nieuwsgierige wetenschappelijke instelling, lijkt me. Of zoals een wetenschapper het verwoordde: ‘Als je denkt dat er alleen maar witte zwanen bestaan heeft het geen enkele zin naar witte zwanen te zoeken; je moet juist op zoek naar die ene zwarte zwaan die je hypothese onderuit haalt. Dáár word je wijzer van.”

Het gebrek aan deze instelling doet zich wel eens voor in de toegepaste wetenschap. Een leuk voorbeeld is de overeenkomst tussen een indiaan en bijvoorbeeld een oncoloog. Het Westerse gedachtegoed kijkt graag neer op die eenvoudige indianen. Maar vaak is er niet veel verschil. Als een medicijnman namelijk geen regen kan veroorzaken, dan geeft hij ‘de schuld’ aan het ritueel. Ergens in het ritueel is het niet goed gegaan. Want, er is natuurlijk niets mis met de methode om regen te maken!

Nu naar de oncoloog. Hij test een patiënt, constateert een kankergezwel en voorspelt dat de patiënt nog maar 2 à 3 weken te leven heeft. De patiënt loopt het ziekenhuis uit, komt niet meer terug en laat zich alternatief behandelen. Die alternatieve arts bevestigt de kanker en gaat samen met de patiënt  zowel geestelijk als lichamelijk aan de slag. Bij wijze van controle komt de persoon na een half jaar weer terug in het ziekenhuis en wat blijkt bij een nieuwe test: geen gezwellen meer! Wat is de reactie hierop van de oncoloog? ‘Dan hebben we blijkbaar verkeerd getest en waren het geen kankergezwellen’. Of hij stelt dat de persoon gewoon geluk heeft gehad, want ‘dat gebeurt ook wel eens’. Vervolgens gaat de oncoloog over tot de orde van de dag. Dus het zogenaamde wonder valt van de tafel af, wordt nooit geregistreerd, laat staan dat er lessen uit worden geleerd. Men blijft bij zijn eigen rituelen en conclusies, want de basis van de vooronderstellingen (assumpties) worden niet ter discussie gesteld.

Zo hebben destijds 200 ‘wonderen’ in de praktijk van Harry Beckers plaatsgevonden, die oorspronkelijk waren ‘uitbehandeld’. Het zijn wonderen als je met de reguliere ogen kijkt. Het zijn logische uitkomsten als je het met de ruimere blik beziet. Daar is niets zweverigs aan, het is de nieuwe wetenschap. Gebaseerd op een bewustzijnsparadigma.

Reageren